Gemeentewapen



Waarom heeft Den Haag een ooievaar als symbool?

Sinds ons land een koninkrijk is (vanaf 1814) behoort elke gemeente een wapen te hebben dat door de Hoge Raad van Adel is goedgekeurd. Zo ook de gemeente Den Haag. Vanaf 1816 ligt het uiterlijk van het gemeentewapen officieel vast en de omschrijving ervan luidt sinds 1954 - toen er een kleine aanpassing plaatsvond - als volgt:

  • In goud een stappende ooievaar van natuurlijke kleur, houdende in deszelfs bek een paling van sabel (zwart). Het schild gedekt met een antieke gravenkroon en gehouden door twee omziende leeuwen van goud.

Oorkonde

Kort voor 1816 was het wapen van Den Haag ook al eens officieel vastgesteld en nog wel door keizer Napoleon zelf. Bij keizerlijk decreet van 26 oktober 1811 werd Den Haag na inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk verheven tot 'bonne ville de l'empire'. Bij een stad hoort een officieel wapen en anderhalf jaar later arriveerde de oorkonde met het wapen en een beschrijving:

  • Van goud met een ooievaar in natuurlijke kleuren, houdende in de snavel een zwarte slang, met het schildhoofd der goede steden, dat is van rood met drie bijen faasgewijs geplaatst in goud.

Toen dit wapen Den Haag bereikte was Napoleon al in Rusland met het bekende, voor hem zo rampzalige gevolg. Behalve op de bewaard gebleven oorkonde heeft dit wapen geen sporen achtergelaten.

Grasveldje

Als we het huidige en het Napoleontische wapen met afbeeldingen uit de achttiende eeuw en vroeger vergelijken, valt er een duidelijk verschil op. De ooievaar stond vroeger namelijk op een groen grasveldje. Om onbekende redenen is dat gras verdwenen bij het wapen dat Napoleon gaf. Toen het Haagse stadsbestuur zijn wapen moest laten goedkeuren door de Hoge Raad van Adel werd deze 'fout' niet hersteld. Natuurlijk ontwierp dit eerbiedwaardige instituut de gemeentewapens niet zelf. De stadsbestuurders zonden meestal een tekening en een beschrijving in, op grond waarvan de raad het wapen vaststelde. Maar waarom de Haagse raad het gras wegliet is een raadsel. Te meer omdat de groene kleur van het gras samen met het goudgeel van het schild bepalend is geweest voor de kleuren van de Haagse vlag.

Stadszegels

In bovengenoemde opsomming ontbreken de Haagse zegels, waarmee de stadsbestuurders tot 1811 alle officiële stukken 'bezegelden'. Het Haagse zegel toont namelijk een heel ander wapen. Het oudst bekende zegel dateert van 27 maart 1307 en vertoont een kasteel met drie torens, aan weerszijden geflankeerd door bomen; de middelste toren heeft een poort. Deze voorstelling met meer of minder variatie in torens en bomen treffen we aan op alle Haagse zegels tot aan het begin van de 19de eeuw. In 1586 liet de magistraat drie geheel nieuwe stadsstempels vervaardigen. Met zo'n stempel kreeg de was (waar een zegel van gemaakt is) een afdruk van het wapen en op zijn tijd moesten de stempels vervangen worden. Het nieuwe aan de stempels van 1586 was dat er nu ook een ooievaar op stond. Op een ervan stapt hij met een paling in zijn bek, stoer naar rechts kijkend, voor de poort van de middelste van de drie torens. Op een ander staat de ooievaar op de transen van de linker toren, op de rechter toren verschijnt de Hollandse leeuw. Bij de derde variant is de leeuw vervangen door nog een ooievaar.

Ooievaar

De ooievaar staat bekend als een gelukbrengende vogel; het Nederduitse woord 'odevare' betekent zelfs gelukbrenger. Vanouds komt deze trekvogel in onze streek voor en in een grafelijke rekening uit 1352/4 staat een bedrag vermeld voor het maken van ooievaarsnesten bij het grafelijk kasteel op het Binnenhof. In de stadsrekening van 1586 vinden we een post van twee pond en dertien schellingen betaald aan de viskoper Jan Gerritz. voor 3500 alen 'to behoof (ten behoeve) van de oyevaers'. Uit diezelfde rekening blijkt dat er ook een speciale oppasser, Seeger Gillisz., voor de ooievaars was. Nog in 1798 bevatte de stadsrekening een dergelijke post: "Aan J. Goerger de somme van tien guldens voor ses maanden vis en stroo voor de oyevaers." Tot het begin van de twintigste eeuw is de traditie gehandhaafd en vond men een paar ooievaars op de Haagse vismarkt, die door een gemeentelijke 'oppasseres' werden verzorgd.

Traditie

De reden van de verering en daaraan verbonden opneming van de ooievaar in het wapen is niet overgeleverd. Waarschijnlijk heeft Den Haag meegedaan met een traditie, die in de Middeleeuwen bij steden bestond om een mascotte te hebben (Utrecht had bijvoorbeeld een beer) en de gelukbrengende ooievaar, die hier nestelde, gekozen als symbool. Bij de pogingen van Den Haag in de 16de en 17de eeuw zich beter te profileren, met name in zijn strijd voor eigen stadsrecht, is op de stadszegels bij het kasteel met de drie torens (het symbool van de graaf) de ooievaar gezet.

Stadswapen

Uit dit verhaal over het Haagse wapen blijkt dat er tussen 1300 en 1816 een voortdurende aanpassing van het wapen heeft plaatsgevonden. Het was nog geen dood ornament maar werd naar de inzichten van de tijd aangepast, niet alleen qua inhoud maar ook qua stilering. Vanaf 1816 is een stadswapen letterlijk een dood versiersel geworden. De laatste decennia echter krijgen wapens in het kader van reclame en naamsbekendheid weer een functie. Een wapen wordt dan in een modern jasje gestoken, wat bijvoorbeeld uitmondt in een al dan niet geslaagd logo. In die zin is er niets op tegen het wapen aan te passen aan de eisen en de smaak van onze tijd en dat gebeurt alom. Daarnaast blijft het officiële wapen bestaan, dat slechts met goedkeuring van de Hoge Raad van Adel mag worden veranderd.